085 130 46 34
info@binddd.nl
Verduurzamen maatschappelijk vastgoed provincie Overijssel
Tags
Opdrachtgever
Veel maatschappelijke organisaties willen hun gebouw verduurzamen, maar weten niet altijd waar ze moeten beginnen. Voor o.a. buurthuizen, scoutingverenigingen, zorginstellingen, scholen en kerken spelen niet alleen technische keuzes een rol, maar ook budget, vrijwilligers, subsidies en toekomstig gebruik.
Binnen het Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed van Provincie Overijssel worden deze organisaties stap voor stap begeleid. bind draagt hieraan bij met de inzet van een duurzaamheidscoach, die helpt om ambities te vertalen naar concrete maatregelen. Daarbij gaat de ondersteuning verder dan een energiescan: de begeleiding loopt door tot en met de uitvoering van de eerste maatregelen.
Zo ontstaat er overzicht, richting en beweging. Niet alleen voor een energiezuiniger gebouw, maar ook voor een organisatie die zelf verder kan met verduurzamen.
Ga naar:
Provincie Overijssel wil maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het verduurzamen van hun vastgoed. De centrale vraag is: hoe help je organisaties met beperkte tijd, kennis en middelen om van duurzame ambitie naar concrete uitvoering te komen?
Daarbij ligt de focus op drie doelen:
Door procesbegeleiding en technische kennis te combineren, worden maatschappelijke organisaties niet alleen geadviseerd, maar ook echt op weg geholpen.
De aanpak begint met een intakegesprek. Daarin wordt gekeken naar de motivatie, de situatie van het gebouw en de vraag achter de verduurzamingswens. Vervolgens ondertekent de organisatie een intentieverklaring en start het traject met twee sporen: een ambitieworkshop en een energiescan.
Tijdens de ambitieworkshop wordt samen met bestuurders, vrijwilligers en gebruikers onderzocht wat duurzaamheid voor de organisatie betekent. Gaat het vooral om een lagere energierekening? Om comfort en ventilatie? Om ecologische keuzes, circulariteit of biobased materialen? Zo wordt de lat bepaald: wat past bij de organisatie, het gebouw en de toekomstplannen.
Parallel daaraan brengt een projectfacilitator de technische staat van het gebouw in kaart. De uitkomsten van de ambitieworkshop en de energiescan komen samen in een adviesnotitie. Daarin staat welke maatregelen logisch, haalbaar en kansrijk zijn. Denk aan isolatie, ventilatie, energiezuinige installaties of slimme keuzes bij verbouw en herinrichting.
Maar het traject stopt niet bij advies. Juist de stap van rapport naar uitvoering is voor maatschappelijke organisaties vaak groot. Daarom begeleidt de duurzaamheidscoach ook bij het vervolg: van het opvragen en beoordelen van offertes tot het verkennen van subsidies, leningen en andere financieringsmogelijkheden. De organisatie blijft zelf aan zet, maar krijgt begeleiding op de momenten waarop keuzes concreet worden.
Die procesmatige aanpak is belangrijk, omdat elk maatschappelijk gebouw anders is. Een school, buurthuis, scoutingvereniging, kerk of zorgboerderij heeft een eigen dynamiek, eigen gebruikers en eigen financiële mogelijkheden. Door breed te kijken naar gebouw, organisatie en gebruik ontstaat er een plan dat niet alleen technisch klopt, maar ook uitvoerbaar is.
Daarnaast wordt actief bijgedragen aan het bereiken van nieuwe deelnemers. Maatschappelijke organisaties worden gericht benaderd via mailings, telefonisch contact en voorlichtingsavonden. Zo worden ook organisaties bereikt die wel willen verduurzamen, maar nog niet weten welke ondersteuning er beschikbaar is.
Het resultaat is meer dan een duurzaamheidsadvies. Maatschappelijke organisaties krijgen overzicht, richting en praktische ondersteuning om daadwerkelijk stappen te zetten. Het traject is succesvol wanneer de eerste maatregelen zijn uitgevoerd en de organisatie genoeg kennis en vertrouwen heeft om daarna zelf verder te gaan.
Daarbij ontstaat vaak ook nieuwe energie binnen de organisatie zelf. Verduurzaming wordt een aanleiding om opnieuw naar het gebouw, de programmering en de samenwerking met andere partijen te kijken. Soms leidt dat tot andere keuzes in het gebruik van ruimtes, nieuwe samenwerkingen of een bredere toekomstvisie voor de vereniging of stichting.
Een mooi voorbeeld is natuurboerderij De Lindenhoeve in Dalfsen. Daar ging verduurzaming hand in hand met het opnieuw indelen van functies op het terrein. Een dierenverblijf werd omgevormd tot werkruimte voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, terwijl elders op het terrein nieuwe ruimte voor de dieren werd gemaakt. Zo werd verduurzaming onderdeel van een bredere puzzel: energiezuiniger, praktischer en beter passend bij de maatschappelijke functie van de plek.
Ook op grotere schaal levert de aanpak waarde op. Doordat bind betrokken is bij vergelijkbare programma’s in meerdere provincies, kan kennis worden gedeeld en toegepast. Ervaringen uit andere regio’s helpen om in Overijssel sneller de juiste verbindingen te leggen, bijvoorbeeld richting zorgboerderijen, scoutingverenigingen of brancheorganisaties.
Zo draagt het programma niet alleen bij aan duurzamer maatschappelijk vastgoed, maar ook aan een groeiend netwerk van organisaties die van elkaar leren. De impact zit daarmee niet alleen in energiebesparing, maar ook in bewustwording, samenwerking en blijvende beweging.
Provincie Overijssel wil maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het verduurzamen van hun vastgoed. De centrale vraag is: hoe help je organisaties met beperkte tijd, kennis en middelen om van duurzame ambitie naar concrete uitvoering te komen?
Daarbij ligt de focus op drie doelen:
Door procesbegeleiding en technische kennis te combineren, worden maatschappelijke organisaties niet alleen geadviseerd, maar ook echt op weg geholpen.
De aanpak begint met een intakegesprek. Daarin wordt gekeken naar de motivatie, de situatie van het gebouw en de vraag achter de verduurzamingswens. Vervolgens ondertekent de organisatie een intentieverklaring en start het traject met twee sporen: een ambitieworkshop en een energiescan.
Tijdens de ambitieworkshop wordt samen met bestuurders, vrijwilligers en gebruikers onderzocht wat duurzaamheid voor de organisatie betekent. Gaat het vooral om een lagere energierekening? Om comfort en ventilatie? Om ecologische keuzes, circulariteit of biobased materialen? Zo wordt de lat bepaald: wat past bij de organisatie, het gebouw en de toekomstplannen.
Parallel daaraan brengt een projectfacilitator de technische staat van het gebouw in kaart. De uitkomsten van de ambitieworkshop en de energiescan komen samen in een adviesnotitie. Daarin staat welke maatregelen logisch, haalbaar en kansrijk zijn. Denk aan isolatie, ventilatie, energiezuinige installaties of slimme keuzes bij verbouw en herinrichting.
Maar het traject stopt niet bij advies. Juist de stap van rapport naar uitvoering is voor maatschappelijke organisaties vaak groot. Daarom begeleidt de duurzaamheidscoach ook bij het vervolg: van het opvragen en beoordelen van offertes tot het verkennen van subsidies, leningen en andere financieringsmogelijkheden. De organisatie blijft zelf aan zet, maar krijgt begeleiding op de momenten waarop keuzes concreet worden.
Die procesmatige aanpak is belangrijk, omdat elk maatschappelijk gebouw anders is. Een school, buurthuis, scoutingvereniging, kerk of zorgboerderij heeft een eigen dynamiek, eigen gebruikers en eigen financiële mogelijkheden. Door breed te kijken naar gebouw, organisatie en gebruik ontstaat er een plan dat niet alleen technisch klopt, maar ook uitvoerbaar is.
Daarnaast wordt actief bijgedragen aan het bereiken van nieuwe deelnemers. Maatschappelijke organisaties worden gericht benaderd via mailings, telefonisch contact en voorlichtingsavonden. Zo worden ook organisaties bereikt die wel willen verduurzamen, maar nog niet weten welke ondersteuning er beschikbaar is.
Het resultaat is meer dan een duurzaamheidsadvies. Maatschappelijke organisaties krijgen overzicht, richting en praktische ondersteuning om daadwerkelijk stappen te zetten. Het traject is succesvol wanneer de eerste maatregelen zijn uitgevoerd en de organisatie genoeg kennis en vertrouwen heeft om daarna zelf verder te gaan.
Daarbij ontstaat vaak ook nieuwe energie binnen de organisatie zelf. Verduurzaming wordt een aanleiding om opnieuw naar het gebouw, de programmering en de samenwerking met andere partijen te kijken. Soms leidt dat tot andere keuzes in het gebruik van ruimtes, nieuwe samenwerkingen of een bredere toekomstvisie voor de vereniging of stichting.
Een mooi voorbeeld is natuurboerderij De Lindenhoeve in Dalfsen. Daar ging verduurzaming hand in hand met het opnieuw indelen van functies op het terrein. Een dierenverblijf werd omgevormd tot werkruimte voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, terwijl elders op het terrein nieuwe ruimte voor de dieren werd gemaakt. Zo werd verduurzaming onderdeel van een bredere puzzel: energiezuiniger, praktischer en beter passend bij de maatschappelijke functie van de plek.
Ook op grotere schaal levert de aanpak waarde op. Doordat bind betrokken is bij vergelijkbare programma’s in meerdere provincies, kan kennis worden gedeeld en toegepast. Ervaringen uit andere regio’s helpen om in Overijssel sneller de juiste verbindingen te leggen, bijvoorbeeld richting zorgboerderijen, scoutingverenigingen of brancheorganisaties.
Zo draagt het programma niet alleen bij aan duurzamer maatschappelijk vastgoed, maar ook aan een groeiend netwerk van organisaties die van elkaar leren. De impact zit daarmee niet alleen in energiebesparing, maar ook in bewustwording, samenwerking en blijvende beweging.
Provincie Overijssel wil maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het verduurzamen van hun vastgoed. De centrale vraag is: hoe help je organisaties met beperkte tijd, kennis en middelen om van duurzame ambitie naar concrete uitvoering te komen?
Daarbij ligt de focus op drie doelen:
Door procesbegeleiding en technische kennis te combineren, worden maatschappelijke organisaties niet alleen geadviseerd, maar ook echt op weg geholpen.
De aanpak begint met een intakegesprek. Daarin wordt gekeken naar de motivatie, de situatie van het gebouw en de vraag achter de verduurzamingswens. Vervolgens ondertekent de organisatie een intentieverklaring en start het traject met twee sporen: een ambitieworkshop en een energiescan.
Tijdens de ambitieworkshop wordt samen met bestuurders, vrijwilligers en gebruikers onderzocht wat duurzaamheid voor de organisatie betekent. Gaat het vooral om een lagere energierekening? Om comfort en ventilatie? Om ecologische keuzes, circulariteit of biobased materialen? Zo wordt de lat bepaald: wat past bij de organisatie, het gebouw en de toekomstplannen.
Parallel daaraan brengt een projectfacilitator de technische staat van het gebouw in kaart. De uitkomsten van de ambitieworkshop en de energiescan komen samen in een adviesnotitie. Daarin staat welke maatregelen logisch, haalbaar en kansrijk zijn. Denk aan isolatie, ventilatie, energiezuinige installaties of slimme keuzes bij verbouw en herinrichting.
Maar het traject stopt niet bij advies. Juist de stap van rapport naar uitvoering is voor maatschappelijke organisaties vaak groot. Daarom begeleidt de duurzaamheidscoach ook bij het vervolg: van het opvragen en beoordelen van offertes tot het verkennen van subsidies, leningen en andere financieringsmogelijkheden. De organisatie blijft zelf aan zet, maar krijgt begeleiding op de momenten waarop keuzes concreet worden.
Die procesmatige aanpak is belangrijk, omdat elk maatschappelijk gebouw anders is. Een school, buurthuis, scoutingvereniging, kerk of zorgboerderij heeft een eigen dynamiek, eigen gebruikers en eigen financiële mogelijkheden. Door breed te kijken naar gebouw, organisatie en gebruik ontstaat er een plan dat niet alleen technisch klopt, maar ook uitvoerbaar is.
Daarnaast wordt actief bijgedragen aan het bereiken van nieuwe deelnemers. Maatschappelijke organisaties worden gericht benaderd via mailings, telefonisch contact en voorlichtingsavonden. Zo worden ook organisaties bereikt die wel willen verduurzamen, maar nog niet weten welke ondersteuning er beschikbaar is.
Het resultaat is meer dan een duurzaamheidsadvies. Maatschappelijke organisaties krijgen overzicht, richting en praktische ondersteuning om daadwerkelijk stappen te zetten. Het traject is succesvol wanneer de eerste maatregelen zijn uitgevoerd en de organisatie genoeg kennis en vertrouwen heeft om daarna zelf verder te gaan.
Daarbij ontstaat vaak ook nieuwe energie binnen de organisatie zelf. Verduurzaming wordt een aanleiding om opnieuw naar het gebouw, de programmering en de samenwerking met andere partijen te kijken. Soms leidt dat tot andere keuzes in het gebruik van ruimtes, nieuwe samenwerkingen of een bredere toekomstvisie voor de vereniging of stichting.
Een mooi voorbeeld is natuurboerderij De Lindenhoeve in Dalfsen. Daar ging verduurzaming hand in hand met het opnieuw indelen van functies op het terrein. Een dierenverblijf werd omgevormd tot werkruimte voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, terwijl elders op het terrein nieuwe ruimte voor de dieren werd gemaakt. Zo werd verduurzaming onderdeel van een bredere puzzel: energiezuiniger, praktischer en beter passend bij de maatschappelijke functie van de plek.
Ook op grotere schaal levert de aanpak waarde op. Doordat bind betrokken is bij vergelijkbare programma’s in meerdere provincies, kan kennis worden gedeeld en toegepast. Ervaringen uit andere regio’s helpen om in Overijssel sneller de juiste verbindingen te leggen, bijvoorbeeld richting zorgboerderijen, scoutingverenigingen of brancheorganisaties.
Zo draagt het programma niet alleen bij aan duurzamer maatschappelijk vastgoed, maar ook aan een groeiend netwerk van organisaties die van elkaar leren. De impact zit daarmee niet alleen in energiebesparing, maar ook in bewustwording, samenwerking en blijvende beweging.
“Verduurzamen vraagt meer dan een goed advies. Door maatschappelijke organisaties stap voor stap te begeleiden, ontstaat er overzicht, vertrouwen en beweging om duurzame ambities daadwerkelijk om te zetten in concrete maatregelen.”
