085 130 46 34
info@binddd.nl
Analysestudie Combi Grond’g Enschede
Tags
Opdrachtgever
Gemeenten staan voor een groeiende uitdaging in de openbare ruimte, in het bijzonder voor ondergrondse infrastructuur. De druk op de ondergrondse infrastructuur wordt steeds groter. Het aantal projecten neemt aanzienlijk toe, bijvoorbeeld door de energietransitie en de daarbij horende netverzwaring. Met het toenemende aantal projecten neemt ook de druk op capaciteit en planning toe.
In Enschede leidde dit tot steeds langere doorlooptijden bij werkzaamheden rondom kabels en leidingen. In sommige gevallen liep de periode tussen ontwerp en uitvoering zelfs op tot meer dan 100 weken. Deze vertragingen hebben aanzienlijke impact op de voortgang van diverse gemeentelijke projecten.
Om grip te krijgen op deze complexe opgave, voerde bind een analysestudie uit voor de gemeente Enschede. Met als doel: meer inzicht, betere samenwerking en een toekomstbestendige aanpak van projecten in de openbare ruimte.
Ga naar:
De gemeente Enschede wilde twee belangrijke stappen zetten. Allereerst was er behoefte aan inzicht in de oorzaken van de lange doorlooptijden binnen de Combi Grond’g. Daarbij speelde niet alleen de interne werkwijze van de gemeente een rol, maar ook de samenwerking met netbeheerders en andere partners. Ook wilde de gemeente graag inzicht in de doorlooptijden bij andere, vergelijkbare overheden.
Daarnaast ontbrak een integraal overzicht van alle projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur. Zonder dit overzicht was het lastig om prioriteiten te stellen, capaciteit te sturen, projecten efficiënt te plannen en met netbeheerders af te stemmen.
De doelstelling van het project was daarom tweeledig:
Om grip te krijgen op de problematiek, startte bind met een brede analysestudie binnen de gemeente Enschede. Door middel van interviews met verschillende interne afdelingen én externe partijen zoals Combi Grond’g, Vitens en Enexis werd het volledige speelveld in kaart gebracht.
Hieruit kwamen drie belangrijke knelpunten naar voren: een gebrek aan integraal overzicht, beperkte prioritering van projecten en samenwerking die pas laat in het proces plaatsvond. Deze inzichten vormden de basis voor de verdere uitwerking.
bind heeft een eerste versie van een integraal projectportfolio ontwikkeld. Dit portfolio bevat een overzicht van alle (toekomstige) projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur.
Daarnaast is een beoordelingsmethode opgesteld waarmee projecten objectief geprioriteerd kunnen worden. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals projectbudget, technische urgentie, bestuurlijke prioriteit en risico op verlies van cofinanciering. Door deze systematiek ontstaat een duidelijke rangorde, waarmee de gemeente, zowel intern als in samenwerking met netbeheerders, beter kan sturen op planning en capaciteit.
Een tweede belangrijke stap was het adviseren over een nieuw proces: het pré-Grond’g proces. In het huidige Combi Grond’g proces, waarin gemeente en netbeheerders samenwerken, bleek dat projecten onvoldoende op elkaar waren afgestemd en netbeheerders pas aansluiten nadat het ontwerp al definitief is. Dit leidt tot inefficiëntie, aanpassingen achteraf en gemiste kansen om werkzaamheden integraal uit te voeren.
In het voorgestelde proces wordt samenwerking juist naar voren gehaald. Gemeente en netwerkpartners werken al in de ontwerpfase samen aan één gezamenlijk ontwerp. Dit zorgt ervoor dat keuzes direct afgestemd worden en beter uitvoerbaar zijn in de praktijk.
Hoe dit stapsgewijs kan worden ingevoerd is weergegeven in een roadmap: van het verduidelijken van het proces en selecteren van pilotprojecten, tot het uitvoeren en evalueren ervan.
Tot slot adviseerde bind om het projectportfolio structureel te borgen binnen de organisatie. Zonder eigenaarschap bestaat het risico dat het overzicht en de prioritering een eenmalige exercitie blijven.
Daarom is geadviseerd om een vaste regisseur aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het actualiseren en beheren van het portfolio. Dit zorgt voor continu inzicht en maakt het mogelijk om structureel te sturen op samenwerking en uitvoering.
De analysestudie heeft de gemeente Enschede concrete handvatten gegeven om meer grip te krijgen op projecten in de openbare ruimte.
Allereerst ligt er nu een integraal projectportfolio, waarmee de gemeente voor het eerst een volledig overzicht heeft van alle relevante projecten rondom kabels en leidingen. In combinatie met de ontwikkelde prioriteringsmethodiek kan de gemeente beter onderbouwde keuzes maken in planning en uitvoering. Met dit overzicht kan de gemeente de projecten en planning ook beter afstemmen met netbeheerders en andere partners.
Daarnaast heeft bind een helder en praktisch advies opgeleverd voor het inrichten van het pré-Grond’g proces. Hiermee ontstaat een fundament voor eerdere en effectievere samenwerking tussen de gemeente en netwerkpartners, wat op termijn leidt tot kortere doorlooptijden en minder inefficiëntie.
Hoewel niet alle adviezen direct zijn geïmplementeerd, is de impact duidelijk zichtbaar: de gemeente heeft nieuwe inzichten opgedaan en werkt inmiddels verder aan het versterken van regie, samenwerking en overzicht.
De gemeente Enschede wilde twee belangrijke stappen zetten. Allereerst was er behoefte aan inzicht in de oorzaken van de lange doorlooptijden binnen de Combi Grond’g. Daarbij speelde niet alleen de interne werkwijze van de gemeente een rol, maar ook de samenwerking met netbeheerders en andere partners. Ook wilde de gemeente graag inzicht in de doorlooptijden bij andere, vergelijkbare overheden.
Daarnaast ontbrak een integraal overzicht van alle projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur. Zonder dit overzicht was het lastig om prioriteiten te stellen, capaciteit te sturen, projecten efficiënt te plannen en met netbeheerders af te stemmen.
De doelstelling van het project was daarom tweeledig:
Om grip te krijgen op de problematiek, startte bind met een brede analysestudie binnen de gemeente Enschede. Door middel van interviews met verschillende interne afdelingen én externe partijen zoals Combi Grond’g, Vitens en Enexis werd het volledige speelveld in kaart gebracht.
Hieruit kwamen drie belangrijke knelpunten naar voren: een gebrek aan integraal overzicht, beperkte prioritering van projecten en samenwerking die pas laat in het proces plaatsvond. Deze inzichten vormden de basis voor de verdere uitwerking.
bind heeft een eerste versie van een integraal projectportfolio ontwikkeld. Dit portfolio bevat een overzicht van alle (toekomstige) projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur.
Daarnaast is een beoordelingsmethode opgesteld waarmee projecten objectief geprioriteerd kunnen worden. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals projectbudget, technische urgentie, bestuurlijke prioriteit en risico op verlies van cofinanciering. Door deze systematiek ontstaat een duidelijke rangorde, waarmee de gemeente, zowel intern als in samenwerking met netbeheerders, beter kan sturen op planning en capaciteit.
Een tweede belangrijke stap was het adviseren over een nieuw proces: het pré-Grond’g proces. In het huidige Combi Grond’g proces, waarin gemeente en netbeheerders samenwerken, bleek dat projecten onvoldoende op elkaar waren afgestemd en netbeheerders pas aansluiten nadat het ontwerp al definitief is. Dit leidt tot inefficiëntie, aanpassingen achteraf en gemiste kansen om werkzaamheden integraal uit te voeren.
In het voorgestelde proces wordt samenwerking juist naar voren gehaald. Gemeente en netwerkpartners werken al in de ontwerpfase samen aan één gezamenlijk ontwerp. Dit zorgt ervoor dat keuzes direct afgestemd worden en beter uitvoerbaar zijn in de praktijk.
Hoe dit stapsgewijs kan worden ingevoerd is weergegeven in een roadmap: van het verduidelijken van het proces en selecteren van pilotprojecten, tot het uitvoeren en evalueren ervan.
Tot slot adviseerde bind om het projectportfolio structureel te borgen binnen de organisatie. Zonder eigenaarschap bestaat het risico dat het overzicht en de prioritering een eenmalige exercitie blijven.
Daarom is geadviseerd om een vaste regisseur aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het actualiseren en beheren van het portfolio. Dit zorgt voor continu inzicht en maakt het mogelijk om structureel te sturen op samenwerking en uitvoering.
De analysestudie heeft de gemeente Enschede concrete handvatten gegeven om meer grip te krijgen op projecten in de openbare ruimte.
Allereerst ligt er nu een integraal projectportfolio, waarmee de gemeente voor het eerst een volledig overzicht heeft van alle relevante projecten rondom kabels en leidingen. In combinatie met de ontwikkelde prioriteringsmethodiek kan de gemeente beter onderbouwde keuzes maken in planning en uitvoering. Met dit overzicht kan de gemeente de projecten en planning ook beter afstemmen met netbeheerders en andere partners.
Daarnaast heeft bind een helder en praktisch advies opgeleverd voor het inrichten van het pré-Grond’g proces. Hiermee ontstaat een fundament voor eerdere en effectievere samenwerking tussen de gemeente en netwerkpartners, wat op termijn leidt tot kortere doorlooptijden en minder inefficiëntie.
Hoewel niet alle adviezen direct zijn geïmplementeerd, is de impact duidelijk zichtbaar: de gemeente heeft nieuwe inzichten opgedaan en werkt inmiddels verder aan het versterken van regie, samenwerking en overzicht.
De gemeente Enschede wilde twee belangrijke stappen zetten. Allereerst was er behoefte aan inzicht in de oorzaken van de lange doorlooptijden binnen de Combi Grond’g. Daarbij speelde niet alleen de interne werkwijze van de gemeente een rol, maar ook de samenwerking met netbeheerders en andere partners. Ook wilde de gemeente graag inzicht in de doorlooptijden bij andere, vergelijkbare overheden.
Daarnaast ontbrak een integraal overzicht van alle projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur. Zonder dit overzicht was het lastig om prioriteiten te stellen, capaciteit te sturen, projecten efficiënt te plannen en met netbeheerders af te stemmen.
De doelstelling van het project was daarom tweeledig:
Om grip te krijgen op de problematiek, startte bind met een brede analysestudie binnen de gemeente Enschede. Door middel van interviews met verschillende interne afdelingen én externe partijen zoals Combi Grond’g, Vitens en Enexis werd het volledige speelveld in kaart gebracht.
Hieruit kwamen drie belangrijke knelpunten naar voren: een gebrek aan integraal overzicht, beperkte prioritering van projecten en samenwerking die pas laat in het proces plaatsvond. Deze inzichten vormden de basis voor de verdere uitwerking.
bind heeft een eerste versie van een integraal projectportfolio ontwikkeld. Dit portfolio bevat een overzicht van alle (toekomstige) projecten binnen de gemeente die te maken hebben met ondergrondse infrastructuur.
Daarnaast is een beoordelingsmethode opgesteld waarmee projecten objectief geprioriteerd kunnen worden. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals projectbudget, technische urgentie, bestuurlijke prioriteit en risico op verlies van cofinanciering. Door deze systematiek ontstaat een duidelijke rangorde, waarmee de gemeente, zowel intern als in samenwerking met netbeheerders, beter kan sturen op planning en capaciteit.
Een tweede belangrijke stap was het adviseren over een nieuw proces: het pré-Grond’g proces. In het huidige Combi Grond’g proces, waarin gemeente en netbeheerders samenwerken, bleek dat projecten onvoldoende op elkaar waren afgestemd en netbeheerders pas aansluiten nadat het ontwerp al definitief is. Dit leidt tot inefficiëntie, aanpassingen achteraf en gemiste kansen om werkzaamheden integraal uit te voeren.
In het voorgestelde proces wordt samenwerking juist naar voren gehaald. Gemeente en netwerkpartners werken al in de ontwerpfase samen aan één gezamenlijk ontwerp. Dit zorgt ervoor dat keuzes direct afgestemd worden en beter uitvoerbaar zijn in de praktijk.
Hoe dit stapsgewijs kan worden ingevoerd is weergegeven in een roadmap: van het verduidelijken van het proces en selecteren van pilotprojecten, tot het uitvoeren en evalueren ervan.
Tot slot adviseerde bind om het projectportfolio structureel te borgen binnen de organisatie. Zonder eigenaarschap bestaat het risico dat het overzicht en de prioritering een eenmalige exercitie blijven.
Daarom is geadviseerd om een vaste regisseur aan te wijzen die verantwoordelijk is voor het actualiseren en beheren van het portfolio. Dit zorgt voor continu inzicht en maakt het mogelijk om structureel te sturen op samenwerking en uitvoering.
De analysestudie heeft de gemeente Enschede concrete handvatten gegeven om meer grip te krijgen op projecten in de openbare ruimte.
Allereerst ligt er nu een integraal projectportfolio, waarmee de gemeente voor het eerst een volledig overzicht heeft van alle relevante projecten rondom kabels en leidingen. In combinatie met de ontwikkelde prioriteringsmethodiek kan de gemeente beter onderbouwde keuzes maken in planning en uitvoering. Met dit overzicht kan de gemeente de projecten en planning ook beter afstemmen met netbeheerders en andere partners.
Daarnaast heeft bind een helder en praktisch advies opgeleverd voor het inrichten van het pré-Grond’g proces. Hiermee ontstaat een fundament voor eerdere en effectievere samenwerking tussen de gemeente en netwerkpartners, wat op termijn leidt tot kortere doorlooptijden en minder inefficiëntie.
Hoewel niet alle adviezen direct zijn geïmplementeerd, is de impact duidelijk zichtbaar: de gemeente heeft nieuwe inzichten opgedaan en werkt inmiddels verder aan het versterken van regie, samenwerking en overzicht.
