085 130 46 34

info@binddd.nl

Het einde van TAM-IMRO: wat betekent dit voor gemeenten en initiatiefnemers?

je bent nu hier

Geplaatst op:

6 januari 26

Laatst bijgewerkt op:

9 juli 26

Het einde van TAM-IMRO: wat betekent dit voor gemeenten en initiatiefnemers?

De zogenoemde bestemmingsplan Plus, in vaktermen beter bekend als TAM-IMRO, verdwijnt. Waar deze plannen de afgelopen jaren een belangrijke tussenoplossing boden, komt hier definitief een einde aan. Dat heeft gevolgen voor zowel gemeenten als initiatiefnemers en ontwikkelaars die werken aan ruimtelijke plannen en nieuwe ontwikkelingen. In dit artikel leggen we uit wat het einde van TAM-IMRO betekent, welke alternatieven er zijn onder de Omgevingswet en hoe bind kan ondersteunen bij deze overgang.

Van bestemmingsplan naar omgevingsplan

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zijn de bekende bestemmingsplannen van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan per gemeente. Tegelijkertijd zijn nieuwe digitale standaarden geïntroduceerd voor het opstellen en wijzigen van dat omgevingsplan: de STOP-TPOD-standaarden.

 

De TAM-IMRO-plannen fungeerden tot nu toe als een laatste ‘escape’: plannen die nog volgens de oude IMRO-systematiek konden worden opgesteld, zonder direct te hoeven werken met STOP-TPOD. Die mogelijkheid vervalt nu.

 

Belangrijke deadlines:

  • Na 31 december 2025 mogen geen nieuwe TAM-IMRO-plannen meer ter inzage worden gelegd.
  • 1 januari 2032 moeten alle bestaande TAM-IMRO-plannen zijn verwerkt in een gebiedsdekkend omgevingsplan.

 

De boodschap is helder: werken volgens STOP-TPOD wordt onvermijdelijk.

“Nieuwe ontwikkelingen hoeven niet te wachten op een ‘af’ omgevingsplan. Met de juiste route kunnen projecten, zoals woningbouw, gewoon door. Wij denken daar graag over mee!”

Janneke Preuter,
bind

Wat als je (nog) niet klaar bent voor het omgevingsplan?

Veel gemeenten zijn volop bezig met de inrichting van hun omgevingsplan, maar nog niet klaar om alle nieuwe ontwikkelingen direct daarin te regelen. Tegelijkertijd lopen bij initiatiefnemers en ontwikkelaars projecten door die planologische borging vragen.

 

De vraag die wij vaak horen:

  • Wat als je als gemeente nog niet volledig bent ingericht op het werken met het omgevingsplan?
  • Wat als een ontwikkeling niet kan wachten tot het casco van het omgevingsplan volledig is uitgewerkt?

 

Gelukkig zijn er onder de Omgevingswet meerdere routes om ontwikkelingen mogelijk te maken. Nieuwe initiatieven kunnen vaak worden gerealiseerd met een omgevingsvergunning:

  • via een OPA (omgevingsplanactiviteit);
  • via een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit).

 

De BOPA vraagt om een bredere motivering, gebaseerd op het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Wij ondersteunen gemeenten en initiatiefnemers bij het opstellen van deze motiveringen en het doorlopen van het vergunningstraject.

 

Niet elke ontwikkeling is mogelijk met een omgevingsvergunning. In dat geval moet de ontwikkeling planologisch worden vastgelegd via een wijziging van het omgevingsplan, opgesteld volgens de STOP-TPOD-standaarden. En dat is wezenlijk anders dan vroeger.

Van losse plannen naar één samenhangend geheel

Waar gemeenten onder het oude stelsel vaak tientallen of zelfs honderden afzonderlijke bestemmingsplannen kenden, is er onder de Omgevingswet nog maar één omgevingsplan per gemeente.

 

Elke wijziging:

  • wordt direct onderdeel van de hoofdstructuur van het omgevingsplan (het zogeheten casco);
  • moet logisch, consistent en toekomstbestendig zijn;
  • moet ook over tien jaar nog goed raadpleegbaar en uitlegbaar zijn.

 

Dat vraagt om een andere manier van denken: niet alleen het initiatief zelf staat centraal, maar ook de samenhang met het geheel.

Het transitie- of projectenhoofdstuk: een werkbare tussenoplossing

Voor gemeenten die nog volop in transitie zijn, biedt de Omgevingswet een praktische tussenoplossing: het transitiehoofdstuk, ook wel projectenhoofdstuk genoemd.

 

Dit is een apart hoofdstuk binnen het omgevingsplan waarin:

  • planologische kaders voor specifieke gebieden of projecten worden vastgelegd;
  • nieuwe ontwikkelingen mogelijk blijven;
  • wordt gewerkt volgens de STOP-TPOD-standaarden.

 

Deze aanpak lijkt qua flexibiliteit op de vroegere TAM-IMRO-plannen, maar past volledig binnen het nieuwe stelsel. Het biedt ruimte om ontwikkelingen door te laten gaan, terwijl tegelijkertijd wordt gebouwd aan een samenhangend omgevingsplan.

Structuur en procesbegeleiding: de rol van bind

De overgang naar STOP-TPOD raakt niet alleen de inhoud, maar ook werkprocessen, interne samenwerking, capaciteit en planning en afstemming met initiatiefnemers en bestuur.

 

Wij ondersteunen gemeenten en ontwikkelaars met procesbegeleiding en inhoudelijke structuur. Denk daarbij aan:

  • het maken van strategische keuzes;
  • het begeleiden van planprocessen voor individuele ontwikkelingen;
  • het opstellen van vergunningen en omgevingsplanwijzigingen;
  • de procesbegeleiding om te komen tot een omgevingsplan.

 

Daarbij helpen wij onder andere met het creëren van overzicht:

  • Wat is het vertrekpunt van de organisatie?
  • Welke keuzes moeten wanneer worden gemaakt?
  • Wat betekent een wijziging voor het omgevingsplan als geheel?

 

Zo zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen niet alleen juridisch mogelijk worden gemaakt, maar ook passen binnen een robuust en toekomstgericht omgevingsplan. Heb je vragen over de gevolgen van het einde van TAM-IMRO of wil je sparren over de beste route voor jouw ontwikkeling? Wij denken graag met je mee.

Heb je vragen over de gevolgen van het einde van TAM-IMRO?

Neem contact op via info@binddd.nl. We kijken graag met je mee.

Of, mail ons op info@binddd.nl

Vraag onze brochure aan