085 130 46 34
info@binddd.nl
Van transitievisie warmte naar warmteprogramma
Tags
Geplaatst op:
10 oktober 26
Laatst bijgewerkt op:
20 oktober 26
Gemeenten staan voor meerdere grote transities. De warmtetransitie is er daar één van. Om toe te werken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 hebben gemeenten eerder een transitievisie warmte opgesteld. Met het warmteprogramma komt de uitvoering een stap dichterbij. Welke warmteoplossingen zijn per gebied kansrijk? Waar begin je? Welke keuzes kun je al maken en waar is eerst aanvullend onderzoek nodig? En wat hebben inwoners nodig om mee te kunnen doen?
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten instrumenten om de wijkgerichte warmtetransitie verder vorm te geven. Gemeenten moeten uiterlijk 31 december 2027 hun eerste Warmteprogramma vaststellen. Dat vraagt om onderbouwde keuzes en een aanpak die past bij de lokale situatie. Bij bind helpen we gemeenten om deze keuzes te maken en te vertalen naar concrete vervolgstappen.
Een warmteprogramma bouwt voort op de transitievisie warmte, maar vraagt om een volgende stap. Eerdere keuzes en aannames worden opnieuw tegen het licht gehouden en aangevuld met actuele inzichten over bijvoorbeeld warmtebronnen, netcapaciteit, kosten en ontwikkelingen in buurten.
Vervolgens bepaal je per gebied welke richting kansrijk is, waar je begint en welke vervolgstappen nodig zijn. Daarmee ontstaat een programma dat richting geeft aan de uitvoering en duidelijk maakt wat inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners de komende jaren kunnen verwachten.
In het warmteprogramma beschrijft een gemeente hoe zij de komende jaren werkt aan het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Het programma kijkt ten minste tien jaar vooruit en geeft richting aan de aanpak per buurt, wijk of kern. Daarbij staan twee vragen centraal: welke warmteoplossing is per gebied kansrijk en wanneer zet je welke stap? Het programma beschrijft de voorkeursrichting, de prioritering van gebieden en het onderzoek dat nog nodig is.
Niet overal hoeft al een definitieve keuze te worden gemaakt. Wel moet duidelijk zijn welke stappen de gemeente de komende jaren zet, welke onzekerheden er nog zijn en wat inwoners en ondernemers zelf al kunnen doen. Een goed warmteprogramma verbindt daarmee technische en financiële inzichten aan lokale behoeften, samenwerking en een haalbare planning.
“Een Warmteprogramma gaat uiteindelijk niet alleen over welke warmteoplossing technisch het beste past. Je hebt ook te maken met netcapaciteit, betaalbaarheid, lokale ontwikkelingen en verschillende partijen die allemaal een rol hebben in de uitvoering. Juist door die informatie bij elkaar te brengen, hebben we samen met de gemeente een programma opgesteld dat richting geeft, maar ook ruimte houdt om de komende jaren per buurt goede keuzes te maken.”
Een belangrijke stap in het opstellen van het warmteprogramma is de data-analyse. Die begint bij de lokale situatie. Woningtypen, bouwjaren, isolatieniveaus, beschikbare warmtebronnen en de capaciteit van het elektriciteitsnet verschillen per gebied. Landelijke analyses geven een eerste beeld van kansrijke oplossingen. Door deze te combineren met lokale gegevens en gebiedskennis ontstaat een onderbouwing die past bij de gemeente.
Vervolgens weeg je af welke oplossingen per gebied het meest geschikt zijn. Leg vooraf vast aan welke uitgangspunten je de mogelijkheden toetst, bijvoorbeeld betaalbaarheid, technische haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat maakt inzichtelijk waarom een oplossing in het ene gebied wel kansrijk is en in het andere niet.
Een oplossing met lage nationale kosten is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend ook betaalbaar voor een huishouden. Daarom is het belangrijk om zowel de totale kosten voor de samenleving als de kosten voor gebouweigenaren en gebruikers in beeld te brengen. Ook netcapaciteit en de ruimtelijke gevolgen horen bij deze afweging.
Naast de warmteoplossing bepaal je welke gebieden prioriteit krijgen. Stel daarvoor vooraf criteria vast. Zo kun je uitleggen waarom het ene gebied eerder aan de beurt is dan het andere en welke kansen daarin meewegen.
Zijn er buurten waar de woningcorporatie gaat renoveren? Staat er werk aan de openbare ruimte gepland? Zijn inwoners al georganiseerd of is er een initiatief voor een collectieve warmtevoorziening?
Door deze ontwikkelingen mee te nemen, kun je werkzaamheden en investeringen op elkaar afstemmen. Daarbij moet de planning passen bij de beschikbare mensen en middelen van de gemeente en haar samenwerkingspartners.
Een uitvoerbaar warmteprogramma maak je niet alleen vanuit het team duurzaamheid. Ook wonen, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en communicatie beschikken over kennis die nodig is om tot haalbare keuzes te komen. Betrek deze collega’s daarom vanaf het begin en maak duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe keuzes worden gemaakt.
Ook de plannen van externe partijen zijn belangrijk. De mogelijkheden en investeringsplannen van netbeheerders, woningcorporaties en andere samenwerkingspartners kunnen bepalend zijn voor de aanpak en planning. Door deze vroeg te bespreken, voorkom je dat pas bij de uitvoering blijkt dat een belangrijke voorwaarde ontbreekt.
Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties brengen lokale kennis, zorgen en initiatieven in. Inwoners willen bijvoorbeeld weten wat de overstap kost, wat er in hun woning moet gebeuren en wanneer zij iets moeten doen.
Maak vooraf duidelijk waarover zij kunnen meedenken en welke keuzes nog openstaan. Laat vervolgens zien hoe hun inbreng is meegewogen en wat daarmee is gedaan. Zo maak je de afwegingen begrijpelijk en blijft participatie verbonden aan de inhoud van het programma.
Voor de gemeente Twenterand heeft bind samen met de gemeente het ontwerpwarmteprogramma opgesteld. Het ontwerp van het warmteprogramma heeft inmiddels ter inzage gelegen en is nog niet definitief vastgesteld.
Eerst is de transitievisie warmte uit 2021 geëvalueerd. Daarna zijn de uitgangspunten en prioriteringscriteria geactualiseerd en zijn landelijke analyses gecombineerd met lokale gegevens en gebiedskennis.
Per buurt is onderzocht welke warmteoplossingen kansrijk zijn. Daarbij is gekeken naar onder meer technische haalbaarheid, kosten, woningkenmerken en beschikbare warmtebronnen. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele samenwerkingspartners hebben via inloopbijeenkomsten en een rondetafelsessie hun vragen en aandachtspunten ingebracht.
Het ontwerp, dat inmiddels ter inzage heeft gelegen, geeft richting voor de periode 2026–2035. Het benoemt vijf startbuurten waarvoor tussen 2027 en 2031 uitvoeringsplannen worden opgesteld. In zeven buurten wordt nader onderzocht of een collectief warmtenet haalbaar is. In de overige buurten ligt de nadruk voorlopig op isolatie, energiebesparing en individuele maatregelen.
In het ontwerp zijn nog geen buurten aangewezen die vóór 2050 verplicht van het aardgas afgaan. Het biedt een basis voor gerichte onderzoeken en de uitwerking van de eerste uitvoeringsplannen, met ruimte om nieuwe inzichten mee te nemen.
Voor Hof van Twente werkt bind aan het warmteprogramma. Daarbij kijken we naar de keuzes voor de komende jaren én naar de manier waarop de gemeente het programma in de toekomst actueel kan houden.
Een warmteprogramma is namelijk geen eindbeeld. Nieuwe inzichten over technieken, wetgeving, netcapaciteit en de ervaringen uit de uitvoering kunnen aanleiding geven om keuzes opnieuw te bekijken. Bovendien wordt het warmteprogramma ten minste iedere vijf jaar geactualiseerd.
Daarom heeft bind voor Hof van Twente naast het warmteprogramma ook een handleiding voor toekomstige actualisaties opgesteld. Daarin is beschreven hoe gemeente uitgevoerde acties actualiseert, uitgangspunten en prioriteringscriteria opnieuw beoordeelt en nieuwe gegevens en ontwikkelingen verwerkt. Ook monitoring, participatie en besluitvorming hebben hierin een plek. Zo hoeft de gemeente bij een volgende actualisatie niet opnieuw te beginnen, maar kan zij voortbouwen op de aanpak die er al ligt.
Bij bind brengen we data-analyse, warmtekennis, participatie en gemeentelijke processen samen. We helpen gemeenten om inzicht te krijgen in de mogelijkheden per gebied, keuzes te onderbouwen en een haalbare volgorde te bepalen. Daarbij verbinden we de warmtetransitie aan netcapaciteit, woningrenovaties en ontwikkelingen in de openbare ruimte.
Ook kijken we vooruit: welke onderzoeken zijn nog nodig, welke partijen moeten worden betrokken en welke capaciteit vraagt het vervolg? Zo ontstaat een warmteprogramma dat richting geeft aan het beleid én houvast biedt voor de volgende stappen. Voor sommige gebieden is dat een haalbaarheidsonderzoek naar een collectieve of individuele warmteoplossing. Voor andere gebieden kan de gemeente al aan de slag met een uitvoeringsplan. Ook bij die vervolgstappen ondersteunt bind.
Wil jouw gemeente een warmteprogramma opstellen of actualiseren? Neem gerust contact op. Samen brengen we in beeld wat er al ligt, welke vragen nog openstaan en hoe je komt tot onderbouwde keuzes voor jouw gemeente.
