085 130 46 34

info@binddd.nl

Warmteprogramma gemeente Twenterand

je bent nu hier

Tags

Opdrachtgever

Introductie

Alle Nederlandse gemeenten werken toe naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Om richting te geven aan deze overgang moeten gemeenten uiterlijk eind 2027 een Warmteprogramma vaststellen. Daarin beschrijven zij welke stappen zij de komende jaren zetten, welke warmteoplossingen per gebied kansrijk zijn en hoe zij inwoners en andere betrokkenen meenemen in de warmtetransitie.

 

Ook de gemeente Twenterand staat voor deze opgave. Daarom heeft bind in samenwerking met de gemeente het Warmteprogramma Twenterand 2026 opgesteld. Het programma vertaalt de eerdere Transitievisie Warmte naar een concrete koers voor de periode 2026–2035. Daarbij is bewust gekozen voor een buurtgerichte aanpak, omdat woningtypen, bouwjaren, isolatieniveaus, beschikbare warmtebronnen en netcapaciteit sterk verschillen tussen buurten.

Doelstelling

Het doel was om samen met de gemeente Twenterand een realistische en uitvoerbare basis te creëren voor de volgende fase van de warmtetransitie. Het Warmteprogramma moest:

  • inzicht geven in kansrijke warmteoplossingen per buurt;
  • een onderbouwde volgorde bepalen voor het opstellen van uitvoeringsplannen;
  • rekening houden met betaalbaarheid, technische haalbaarheid, netcongestie en ruimtelijke gevolgen;
  • duidelijkheid bieden aan inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners;
  • ruimte houden voor nieuwe ontwikkelingen en aanvullend onderzoek.

 

Het programma legt nog geen onomkeerbare keuzes vast. In buurten waar meerdere oplossingen mogelijk zijn, volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken. Ook worden nog geen buurten aangewezen die vóór 2050 verplicht van het aardgas afgaan. Daarmee blijft er ruimte om later zorgvuldig en goed onderbouwd tot definitieve keuzes te komen.

Voor het Warmteprogramma is eerst de Transitievisie Warmte uit 2021 geëvalueerd. Daarbij is gekeken naar de voortgang van de afgelopen jaren, de lessen uit eerdere projecten en de ontwikkelingen in techniek, wetgeving en netcapaciteit. Op basis daarvan zijn de uitgangspunten en besliscriteria geactualiseerd.

 

Vervolgens is per buurt onderzocht welke warmteoplossing het meest kansrijk is. Hiervoor zijn landelijke analyses gecombineerd met lokale gegevens en gebiedskennis. Daarbij is onder meer gekeken naar de volgende zaken:

  • Nationale kosten;
  • Technische haalbaarheid;
  • Woningtypen en isolatieniveaus;
  • Beschikbare warmtebronnen;
  • Kansen en initiatieven.

 

Op basis van deze analyse zijn drie hoofdrichtingen uitgewerkt: individueel hybride, individueel all-electric en collectieve warmtesystemen. Voor buurten waar een collectieve oplossing mogelijk kansrijk is, zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. Daar volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken, onder andere naar de mogelijke inzet van restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties.

 

Ook is een prioritering opgesteld voor de buurten waar de gemeente als eerste uitvoeringsplannen gaat maken. Daarbij zijn onder meer capaciteit en planning van het elektriciteitsnet, investeringskosten voor huishoudens, koppelkansen en het benodigde participatietraject meegewogen.

 

Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele stakeholders zijn tijdens het proces betrokken door middel van inloopbijeenkomsten en een rondetafelsessie. Hun vragen en aandachtspunten gingen vooral over betaalbaarheid, netcapaciteit, haalbaarheid en duidelijke communicatie. Deze input is verwerkt in het Warmteprogramma en vormt een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking per buurt

Het resultaat is een concept-Warmteprogramma dat richting geeft aan de warmtetransitie in Twenterand voor de periode 2026–2035. Het concept heeft ter inzage gelegen en is nog niet definitief vastgesteld. Voor iedere buurt is in beeld gebracht welke warmteoplossing het meest kansrijk is of waar aanvullend onderzoek nodig is.

 

In het concept zijn vijf startbuurten aangewezen waarvoor tussen 2027 en 2031 uitvoeringsplannen worden opgesteld. Voor zeven buurten is nader onderzoek naar de haalbaarheid van een collectief warmtenet voorzien. Voor de overige buurten ligt de nadruk de komende jaren vooral op isolatie, energiebesparing en individuele verduurzaming.

 

Het programma biedt daarmee een concrete maar flexibele koers. Er worden nog geen buurten verplicht van het aardgas afgesloten en er zijn geen onomkeerbare keuzes vastgelegd. Hierdoor blijft ruimte bestaan om nieuwe inzichten, veranderende wetgeving en ontwikkelingen rondom netcongestie mee te nemen. Het Warmteprogramma wordt iedere vijf jaar geëvalueerd en geactualiseerd.

Uitwerking

Het doel was om samen met de gemeente Twenterand een realistische en uitvoerbare basis te creëren voor de volgende fase van de warmtetransitie. Het Warmteprogramma moest:

  • inzicht geven in kansrijke warmteoplossingen per buurt;
  • een onderbouwde volgorde bepalen voor het opstellen van uitvoeringsplannen;
  • rekening houden met betaalbaarheid, technische haalbaarheid, netcongestie en ruimtelijke gevolgen;
  • duidelijkheid bieden aan inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners;
  • ruimte houden voor nieuwe ontwikkelingen en aanvullend onderzoek.

 

Het programma legt nog geen onomkeerbare keuzes vast. In buurten waar meerdere oplossingen mogelijk zijn, volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken. Ook worden nog geen buurten aangewezen die vóór 2050 verplicht van het aardgas afgaan. Daarmee blijft er ruimte om later zorgvuldig en goed onderbouwd tot definitieve keuzes te komen.

Voor het Warmteprogramma is eerst de Transitievisie Warmte uit 2021 geëvalueerd. Daarbij is gekeken naar de voortgang van de afgelopen jaren, de lessen uit eerdere projecten en de ontwikkelingen in techniek, wetgeving en netcapaciteit. Op basis daarvan zijn de uitgangspunten en besliscriteria geactualiseerd.

 

Vervolgens is per buurt onderzocht welke warmteoplossing het meest kansrijk is. Hiervoor zijn landelijke analyses gecombineerd met lokale gegevens en gebiedskennis. Daarbij is onder meer gekeken naar de volgende zaken:

  • Nationale kosten;
  • Technische haalbaarheid;
  • Woningtypen en isolatieniveaus;
  • Beschikbare warmtebronnen;
  • Kansen en initiatieven.

 

Op basis van deze analyse zijn drie hoofdrichtingen uitgewerkt: individueel hybride, individueel all-electric en collectieve warmtesystemen. Voor buurten waar een collectieve oplossing mogelijk kansrijk is, zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. Daar volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken, onder andere naar de mogelijke inzet van restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties.

 

Ook is een prioritering opgesteld voor de buurten waar de gemeente als eerste uitvoeringsplannen gaat maken. Daarbij zijn onder meer capaciteit en planning van het elektriciteitsnet, investeringskosten voor huishoudens, koppelkansen en het benodigde participatietraject meegewogen.

 

Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele stakeholders zijn tijdens het proces betrokken door middel van inloopbijeenkomsten en een rondetafelsessie. Hun vragen en aandachtspunten gingen vooral over betaalbaarheid, netcapaciteit, haalbaarheid en duidelijke communicatie. Deze input is verwerkt in het Warmteprogramma en vormt een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking per buurt

Het resultaat is een concept-Warmteprogramma dat richting geeft aan de warmtetransitie in Twenterand voor de periode 2026–2035. Het concept heeft ter inzage gelegen en is nog niet definitief vastgesteld. Voor iedere buurt is in beeld gebracht welke warmteoplossing het meest kansrijk is of waar aanvullend onderzoek nodig is.

 

In het concept zijn vijf startbuurten aangewezen waarvoor tussen 2027 en 2031 uitvoeringsplannen worden opgesteld. Voor zeven buurten is nader onderzoek naar de haalbaarheid van een collectief warmtenet voorzien. Voor de overige buurten ligt de nadruk de komende jaren vooral op isolatie, energiebesparing en individuele verduurzaming.

 

Het programma biedt daarmee een concrete maar flexibele koers. Er worden nog geen buurten verplicht van het aardgas afgesloten en er zijn geen onomkeerbare keuzes vastgelegd. Hierdoor blijft ruimte bestaan om nieuwe inzichten, veranderende wetgeving en ontwikkelingen rondom netcongestie mee te nemen. Het Warmteprogramma wordt iedere vijf jaar geëvalueerd en geactualiseerd.

Resultaat

Het doel was om samen met de gemeente Twenterand een realistische en uitvoerbare basis te creëren voor de volgende fase van de warmtetransitie. Het Warmteprogramma moest:

  • inzicht geven in kansrijke warmteoplossingen per buurt;
  • een onderbouwde volgorde bepalen voor het opstellen van uitvoeringsplannen;
  • rekening houden met betaalbaarheid, technische haalbaarheid, netcongestie en ruimtelijke gevolgen;
  • duidelijkheid bieden aan inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners;
  • ruimte houden voor nieuwe ontwikkelingen en aanvullend onderzoek.

 

Het programma legt nog geen onomkeerbare keuzes vast. In buurten waar meerdere oplossingen mogelijk zijn, volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken. Ook worden nog geen buurten aangewezen die vóór 2050 verplicht van het aardgas afgaan. Daarmee blijft er ruimte om later zorgvuldig en goed onderbouwd tot definitieve keuzes te komen.

Voor het Warmteprogramma is eerst de Transitievisie Warmte uit 2021 geëvalueerd. Daarbij is gekeken naar de voortgang van de afgelopen jaren, de lessen uit eerdere projecten en de ontwikkelingen in techniek, wetgeving en netcapaciteit. Op basis daarvan zijn de uitgangspunten en besliscriteria geactualiseerd.

 

Vervolgens is per buurt onderzocht welke warmteoplossing het meest kansrijk is. Hiervoor zijn landelijke analyses gecombineerd met lokale gegevens en gebiedskennis. Daarbij is onder meer gekeken naar de volgende zaken:

  • Nationale kosten;
  • Technische haalbaarheid;
  • Woningtypen en isolatieniveaus;
  • Beschikbare warmtebronnen;
  • Kansen en initiatieven.

 

Op basis van deze analyse zijn drie hoofdrichtingen uitgewerkt: individueel hybride, individueel all-electric en collectieve warmtesystemen. Voor buurten waar een collectieve oplossing mogelijk kansrijk is, zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. Daar volgen eerst haalbaarheidsonderzoeken, onder andere naar de mogelijke inzet van restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties.

 

Ook is een prioritering opgesteld voor de buurten waar de gemeente als eerste uitvoeringsplannen gaat maken. Daarbij zijn onder meer capaciteit en planning van het elektriciteitsnet, investeringskosten voor huishoudens, koppelkansen en het benodigde participatietraject meegewogen.

 

Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele stakeholders zijn tijdens het proces betrokken door middel van inloopbijeenkomsten en een rondetafelsessie. Hun vragen en aandachtspunten gingen vooral over betaalbaarheid, netcapaciteit, haalbaarheid en duidelijke communicatie. Deze input is verwerkt in het Warmteprogramma en vormt een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking per buurt

Het resultaat is een concept-Warmteprogramma dat richting geeft aan de warmtetransitie in Twenterand voor de periode 2026–2035. Het concept heeft ter inzage gelegen en is nog niet definitief vastgesteld. Voor iedere buurt is in beeld gebracht welke warmteoplossing het meest kansrijk is of waar aanvullend onderzoek nodig is.

 

In het concept zijn vijf startbuurten aangewezen waarvoor tussen 2027 en 2031 uitvoeringsplannen worden opgesteld. Voor zeven buurten is nader onderzoek naar de haalbaarheid van een collectief warmtenet voorzien. Voor de overige buurten ligt de nadruk de komende jaren vooral op isolatie, energiebesparing en individuele verduurzaming.

 

Het programma biedt daarmee een concrete maar flexibele koers. Er worden nog geen buurten verplicht van het aardgas afgesloten en er zijn geen onomkeerbare keuzes vastgelegd. Hierdoor blijft ruimte bestaan om nieuwe inzichten, veranderende wetgeving en ontwikkelingen rondom netcongestie mee te nemen. Het Warmteprogramma wordt iedere vijf jaar geëvalueerd en geactualiseerd.

“Met dit Warmteprogramma heeft de gemeente Twenterand een concrete en tegelijkertijd flexibele koers voor de komende jaren. Door landelijke analyses te combineren met lokale kennis konden we per buurt bepalen welke stappen realistisch zijn. Daarbij hebben we niet alleen gekeken naar techniek, maar juist ook naar betaalbaarheid, netcapaciteit en de gevolgen voor inwoners.”

Vera Vloedgraven,
bind

Meer weten over de case?

We praten je graag bij over (technische) inhoud. Of heb je een dergelijke uitdaging en wil je graag onze samenwerkingsmogelijkheden verkennen? We maken graag kennis!
06 48 41 20 67

Vraag onze brochure aan