085 130 46 34
info@binddd.nl
Eerst ontwikkelen en daarna de stroom regelen? Dat werkt niet meer
Tags
Geplaatst op:
11 september 26
Laatst bijgewerkt op:
11 september 26
Een ruimtelijk plan uitwerken en pas later precies bepalen wat het van het elektriciteitsnet vraagt? Door netcongestie is daar steeds minder ruimte voor.
Vanaf 1 oktober kunnen gemeenten eerder transportcapaciteit aanvragen voor toekomstige woningbouw- en onderwijsprojecten. Een praktische wijziging, maar vooral een ontwikkeling die iets groters zichtbaar maakt: energie wordt steeds eerder een bepalende factor binnen ruimtelijke ontwikkeling.
Gemeenten moeten al in een vroege fase kunnen inschatten wat een ontwikkeling straks van het elektriciteitsnet vraagt. Niet pas wanneer een ontwerp technisch is uitgewerkt, maar op het moment dat plannen nog volop in ontwikkeling zijn.
Dat klinkt overzichtelijk, totdat de vragen concreet worden. Hoeveel stroom vraagt een appartementencomplex met warmtepompen? Wat betekenen laadpunten, liften en collectieve voorzieningen voor het benodigde vermogen? En welke transportcapaciteit moet uiteindelijk bij de netbeheerder worden aangevraagd?
Precies daar komt de energietransitie heel dichtbij. Niet alleen als beleidsvraagstuk, maar als technische randvoorwaarde die mede bepaalt óf en hoe woningbouw, gebiedsontwikkeling en economische ontwikkeling gerealiseerd kunnen worden.
Een gemeente of ontwikkelaar weet in een vroege projectfase meestal al behoorlijk veel. Bijvoorbeeld dat er 150 woningen komen, een parkeergarage wordt gebouwd en laadvoorzieningen, liften of een collectieve ontmoetingsruimte onderdeel zijn van het plan. Maar daarmee is nog niet duidelijk hoeveel elektriciteit het project straks nodig heeft. Dat vraagt om een technische vertaalslag van het ruimtelijke programma naar de energievoorziening.
Precies die vertaalslag wordt steeds belangrijker. Want netcapaciteit is niet langer iets dat pas aan het einde van een ontwikkeling geregeld kan worden. Het wordt steeds vaker een factor die mede bepaalt óf en hoe een ontwikkeling gerealiseerd kan worden.
Dat dit geen theoretisch vraagstuk is, merken we ook in de praktijk. Om goed in te spelen op Eerder aanvragen, heeft gemeente Enschede bind gevraagd om de specialistische energiekennis aan te vullen die voor deze nieuwe werkwijze nodig is.
Samen brachten we per ontwikkeling in beeld wat het ruimtelijke programma technisch betekent voor de elektriciteitsvraag. Welke capaciteit is nodig? Welke voorzieningen moeten afzonderlijk worden meegenomen? En wat moet uiteindelijk bij de netbeheerder worden aangevraagd?
Bij die vertaalslag komt onze kennis van energie, energieplanologie, elektrotechniek, netcapaciteit en gebiedsontwikkeling samen. Daardoor kunnen we niet alleen helpen om aanvragen goed voor te bereiden, maar ook vroegtijdig signaleren waar knelpunten kunnen ontstaan en welke alternatieven binnen een ontwikkeling nog mogelijk zijn.
“Wat ik in Enschede mooi vond om te zien, is dat zo’n overzicht niet alleen duidelijk maakt waar knelpunten zitten, maar juist ook nieuwe mogelijkheden zichtbaar maakt. Door ontwikkelingen en beschikbare capaciteit naast elkaar te leggen, ontstaan soms koppelkansen waar je anders niet zo snel op was gekomen.”
Met Eerder aanvragen kunnen gemeenten transportcapaciteit voor toekomstige woningbouw- en onderwijsprojecten eerder in het ontwikkelproces aanvragen. Dat kan tot maximaal tien jaar vooruit.
Projecten komen daardoor eerder in beeld bij de netbeheerder en kunnen in gebieden met netcongestie eerder op de wachtlijst voor vermogen terechtkomen. Voor projecten die aan de voorwaarden voldoen, kan daarnaast maatschappelijke prioriteit worden aangevraagd.
Eerder aanvragen betekent niet dat er automatisch voldoende transportcapaciteit beschikbaar komt. De daadwerkelijke ruimte blijft afhankelijk van de lokale situatie op het elektriciteitsnet.
Wat de nieuwe werkwijze vooral duidelijk maakt, is dat gemeenten én ontwikkelaars al veel eerder moeten weten wat een ontwikkeling technisch van het energiesysteem vraagt. Daarvoor is meer nodig dan alleen het aantal woningen en een geplande bouwdatum. Er moet bijvoorbeeld informatie beschikbaar zijn over:
Het definitieve ontwerp hoeft daarbij nog niet klaar te zijn. Wel moet op basis van de beschikbare informatie een onderbouwde inschatting kunnen worden gemaakt van de toekomstige elektriciteitsvraag.
Voor gemeenten betekent dit dat energie nog nadrukkelijker onderdeel wordt van gebiedsontwikkeling. Tegelijkertijd is het niet vanzelfsprekend dat binnen iedere gemeente de technische kennis beschikbaar is om bijvoorbeeld te bepalen hoeveel vermogen een appartementencomplex, warmtepompsysteem of parkeergarage met laadpunten vraagt.
Dat is ook niet vreemd. Het vraagt om specifieke kennis van energie, elektrotechniek, netcapaciteit én ruimtelijke ontwikkeling. Die werelden moeten daarom steeds eerder bij elkaar worden gebracht. Niet alleen om een aanvraag bij de netbeheerder goed te kunnen doen, maar vooral om vroegtijdig te ontdekken waar knelpunten ontstaan.
Als blijkt dat de gewenste elektriciteitsvraag niet zonder meer kan worden ingevuld, ontstaat er ook eerder ruimte om andere keuzes te onderzoeken. Denk aan aanpassingen in het ontwerp, een ander energieconcept, een slimmere afstemming van vraag en aanbod of een andere fasering van de ontwikkeling.
Tegelijkertijd maakt zo’n vroegtijdig overzicht ook mogelijke koppelkansen zichtbaar. Bijvoorbeeld wanneer binnen een gebied op de ene plek nog capaciteit beschikbaar is, terwijl die op een andere plek juist ontbreekt. Door ontwikkelingen en hun toekomstige energievraag in samenhang te bekijken, ontstaat ruimte om slimmer en innovatiever na te denken over de energievoorziening van een gebied.
De vraag wordt daarmee steeds minder: hoe krijgen we de aansluiting die we hadden bedacht? En steeds vaker: wat is binnen de beschikbare energie-infrastructuur wél mogelijk?
Die ontwikkeling beperkt zich niet tot gemeentelijke projecten. Ook woningcorporaties, projectontwikkelaars en bedrijven krijgen steeds vaker te maken met beperkte netcapaciteit. Een ontwikkeling kan ruimtelijk en financieel haalbaar zijn, terwijl pas later blijkt dat de gewenste energievoorziening niet beschikbaar is.
Daarom wordt het steeds belangrijker om energie al vroeg in een ontwikkeling mee te nemen. Hoeveel elektriciteit gaat een gebouw daadwerkelijk gebruiken? Welke voorzieningen komen erbij? Wat is het gelijktijdige vermogen? Welke aansluiting is nodig? En past dat binnen de mogelijkheden van het lokale elektriciteitsnet? Hoe eerder daar inzicht in is, hoe groter de ruimte om nog bij te sturen.
Dat vraagt soms ook om een andere manier van kijken naar gebiedsontwikkeling. Waar uitbreidingslocaties traditioneel vooral worden beoordeeld op ruimte, bereikbaarheid en ligging, kan ook beschikbare netcapaciteit steeds belangrijker worden. Is op een bepaalde locatie nog vermogen beschikbaar of te delen, dan kan dat juist daar ruimte bieden voor nieuwe ontwikkeling. Energie wordt daarmee steeds meer een factor in de keuze waar ontwikkeling plaatsvindt.
Bij bind werken we dagelijks aan dit soort vraagstukken voor overheden, ontwikkelaars en bedrijven. We brengen in beeld wat woningen, warmteoplossingen, laadvoorzieningen, collectieve functies en andere onderdelen van een ontwikkeling van het elektriciteitsnet vragen. Daarbij kijken we niet alleen naar de optelsom van vermogens, maar naar het energiesysteem als geheel en naar de keuzes die binnen een project nog mogelijk zijn.
Ook in de verdere uitwerking richting realisatie is vaak nog winst te behalen. Door installaties en energiegebruik slim op elkaar af te stemmen en bijvoorbeeld een energiemanagementsysteem in te zetten, kan beschikbare capaciteit efficiënter worden benut en hoeft niet alles op hetzelfde moment maximaal vermogen te vragen.
Die aanpak gebruiken we inmiddels in honderden energieprojecten. Daardoor kennen we niet alleen de theorie achter netcapaciteit en energievoorziening, maar vooral ook de praktische afwegingen die in projecten gemaakt moeten worden. Als de oorspronkelijke energievraag niet binnen de beschikbare netcapaciteit past, onderzoeken we welke keuzes binnen het ontwerp, de fasering of het energiesysteem nog mogelijk zijn.
De invoering van Eerder aanvragen is daarmee meer dan een nieuwe procedure. Het is opnieuw een concreet voorbeeld van hoe energie steeds dichter tegen ruimtelijke en economische ontwikkeling aanschuift. En juist daarom is technische energiekennis vroeg in het proces steeds belangrijker.
Loop je bij een woningbouwproject, gebiedsontwikkeling of bedrijfsontwikkeling tegen vragen aan over de energievoorziening of beschikbare netcapaciteit? Wij helpen om van ruimtelijk plan naar een technisch haalbare energieoplossing te komen.
Of, mail ons op info@binddd.nl
